Basis Beginselen

Voordat we aan de slag gaan met het werken met echte bestanden, is het goed om een overzicht te hebben over hoe Subversion werkt en welke terminologie gebruikt wordt.

Het Archief

Subversion gebruikt een centrale database waarin al jouw bestanden met versiebeheer en de complete geschiedenis worden opgeslagen. Deze database wordt aangeduid met het archief. Het archief bevindt zich normaliter op een bestandsserver met de Subversion server applicatie. Deze applicaties verstuurt op aanvraag de inhoud aan Subversion gebruikersapplicaties (zoals TortoiseSVN). Als je maar één ding archiveert, archiveer dan je archief, omdat dat je bron kopie is van al je data.

Werkkopie

Dit is waar je het echte werk uitvoert. Iedere ontwikkelaar heeft zijn eigen werkkopie, soms ook wel bekend als sandbox, op zijn lokale PC. Je kunt de laatste versie van de repository ophalen, deze lokaal bewerken zonder iemand anders te dwarsbomen, en vervolgens jouw wijzigingen (wanneer deze volgens jou goed zijn) terugsturen naar de repository.

Een Subversion werkkopie bevat niet de gehele historie van het project, maar het bewaart wel een kopie van de bestanden (in de staat die ze waren, voordat je ze bewerkte). Dit betekent dat je eenvoudig kan inzien welke wijzigingen je precies hebt gemaakt.

Je moet ook weten waar je TortoiseSVN kunt vinden, want in het Windows Start menu is niet veel te zien. Dit komt doordat TortoiseSVN een shell-uitbreiding is. Start dus eerst de verkenner. Als je dan met de rechter muisknop op een map in de verkenner klikt zul je een paar nieuwe onderdelen in het kontext menu zien staan:

Afbeelding 1.1. Het TortoiseSVN menu voor bestanden zonder versiebeheer

Het TortoiseSVN menu voor bestanden zonder versiebeheer